Ik zag het aankomen


Marielle keek op de klok. Nog tien minuten.

Ze had vrij genomen. De komende dagen hoefde ze niet als tutor aan de slag: de zomervakantie was begonnen. Haar extra job als bloemiste ach, dat was meer voor erbij. In de zomer verkochten ze toch minder bloemen; de hitte deed ze te snel verwelken. Het werk was ontspanning, geen noodzaak. En soms nam ze liever een plantje of bosje bloemen mee naar huis dan geld. Betaling in natura. Niemand die daar moeilijk over deed.

Ze keek om zich heen. Alles stond klaar. De koffiemachine pruttelde, de mokken stonden al op tafel samen met een reep pure chocolade, Marielle’s favoriet en op het dressoir stond een klein vaasje met lavendel. Ze vond het mooi ruiken. Even snel liep ze naar de badkamer. Een spraytje van het parfum dat Marcel haar vorige week cadeau had gedaan, tijdens het winkelen in de stad. Licht, fris. Ze glimlachte.

De bel ging.

Ze liep naar de voordeur, streek haar blouse glad en opende. Daar stond hij. Marcel. Zonnebril in zijn haar, jas nog aan, telefoon in zijn hand alsof die elk moment kon trillen.

“Hey,” zei hij, en gaf haar een vluchtige kus op de wang. Geen echte begroeting. Geen warmte. Hij liep niet verder dan de deurmat.

“Kom binnen,” zei ze.

“Ik kan maar heel even blijven.” Zijn duim gleed nerveus langs de rand van zijn telefoon.

Marielle voelde het meteen. Ze draaide zich om en liep terug naar de woonkamer.

“Ik dacht dat je alle tijd had,” zei ze terwijl ze de koffiekopjes oppakte. “Ik heb net koffie gezet.”

Haar stem bleef kalm, maar haar ogen deden hun eigen werk.

Marcel haalde adem alsof hij zijn eigen woorden eerst moest overtuigen. “Er is iets tussen gekomen. Spoedklus. Echt… klote eigenlijk.”

“Wat, vandaag?” vroeg ze. “We zouden straks toch gaan rijden?”

“Nu. Ik moet zo rijden. Rotterdam. Of misschien verder.”

Ze knikte langzaam. “Gaan we morgen dan? We hebben immers drie nachten geboekt.”

“Ik weet niet hoe lang het gaat duren,” zei hij zacht, alsof hij dacht dat ze de leugen niet zou horen.

“Je had nee kunnen zeggen,” zei ze.

Hij keek haar even aan, alsof hij op vergeving rekende zonder erom te vragen. Ze gaf het hem niet.

Ze zette de kopjes neer, traag en geruisloos, en draaide zich naar hem toe.

“Als je zo gaat rijden voor je werk…” Ze hield even stil. “Kun je dan vragen aan je werkgever of ze niemand anders kunnen sturen?”

Marcel gaf geen antwoord. Hij keek naar de grond. Kleine zweetdruppels verschenen op zijn voorhoofd, ondanks de koelte in haar huis.

Marielle ging aan tafel zitten. De koffie stond nog te pruttelen, maar het was alsof het geluid haar niet bereikte. De kopjes stonden er nog twee maar er zou maar één gebruikt worden. De reep pure chocolade lag naast het schaaltje, onaangeraakt. Net als zij. Alleen.

Ze schonk zichzelf koffie in. Een flinke scheut. De geur was vertrouwd, maar bracht geen rust. Ze brak een royaal stuk van de chocolade af en stopte het in haar mond. Zonder aarzelen, zonder aandacht. Haar kaken bewogen traag, gespannen. Ze proefde niets.

Ze was uit haar doen. De zachte glimlach waar mensen haar om kenden die altijd aanwezige kalmte, de openheid was weg. In plaats daarvan: een stille woede. Kil. Stoïcijns. Haar ogen, altijd licht en levendig, waren nu donker. Vurig. Fel. En stil.

Ze keek naar het lege kopje tegenover haar, alsof het haar uitdaagde. En toen, ineens, kwam het beeld boven.

Hij liep die dag langs het winkelstraatje, ver van het centrum, op de grens van stad en stilte. Net terug uit Azië, zonnebril nonchalant in zijn haar, de huid bruin van de zon. De warmte zat nog in zijn bewegingen. Los, ontspannen.

Op de hoek van de straat stond de bloemenzaak. Haar bloemenzaak, noemden mensen uit de buurt het. Alsof ze de eigenaar was. In werkelijkheid hielp ze er gewoon af en toe vrijwillig, omdat ze het leuk vond. Geen loon, geen verplichtingen. Het was ontspanning, geen werk.

Die middag was ze bezig met de vaste donderdagroutine de buitenplanten bijvullen, dode blaadjes plukken, de oude dame helpen die altijd precies om twaalf uur haar boeket kwam ophalen. Ze kende haar verhaal, haar ritme. Marielle verpakte de bloemen met zorg, legde ze voorzichtig in de rollator, en hielp haar daarna met afrekenen en altijd met een glimlach, altijd oprecht.

Toen stond Marcel daar.

Ze zag hem pas nadat ze weer omhoog kwam, haar haar half los, een pluk over haar schouder. Haar zomerbroek was licht en doorschijnend in de zon. Hij keek. Stond gewoon stil, een paar meter verderop.

Niet dwingend. Niet onbeschoft. Gewoon… kijkend. Verwonderd.

Ze glimlachte. Eerst uit beleefdheid. Toen wat oprechter. Haar ogen ontmoetten de zijne, en heel even was er iets dat leek op een vonk.

Maar ergens, diep vanbinnen, vroeg ze zich af wat moet deze man van mij.

Het was nooit echt een date geweest, niet met Joshua. De eerste keren misschien een beetje. Een wijntje op het terras, een avondwandeling langs de gracht, toevallig samen boodschappen doen en eindigen met een pizza op de bank. Maar het was nooit benoemd. Geen afspraken, geen verwachtingen. En toch bleven ze elkaar zien. Spreken. Steeds weer.

Joshua was anders. Niet iemand die snel onder de indruk raakte van mensen of van de dingen die ze zeiden. Hij had altijd vragen zinnige, scherpe en antwoorden die soms wat betweterig klonken. Marielle vond dat bij vlagen irritant, maar ook vermakelijk. En eerlijk gezegd: rustgevend. Alsof iemand eindelijk niet met haar meeging in alles, maar bleef staan waar hij stond.

Ze wist niet goed wat ze met hem aan moest. Maar goed gezelschap was hij, altijd. Joshua dacht ongetwijfeld hetzelfde. Soms voelde het alsof ze in een spiegel keken, zonder precies te weten wie er voor wie stond.

Op een van die avonden had ze over Marcel verteld. Dat ze hem een paar keer had gezien. En over die ene date die rustig begon, maar al gauw… uit de hand liep.

Ze herinnerde zich nog precies wat Joshua toen zei. Hij had haar aangekeken met een scheef lachje en gezegd:

“Volgens mij heb jij gewoon de behoefte om zo nu en dan verslonden te worden door een hongerige wolf.”

Ze had hem met opgetrokken wenkbrauwen aangekeken vol ongeloof en een slok wijn proestend uitgespuugd. “God, wat ben jij soms direct,” had ze gelachen.

Maar diep vanbinnen had ze gedacht: denk dat je gelijk hebt.
Want ja, Marielle was op zoek naar passie. Naar iemand bij wie ze zichzelf kon laten gaan. Nee zich kon overgeven.


Marcel had haar meegenomen naar zee. Een spontane verrassing op een warme avond. Ze hield van de zee. Het zand tussen haar tenen, de zilte wind in haar haar, het koude water langs haar enkels. Het maakte haar lijf stil en haar hoofd open.

Hij had een kleed meegenomen. Een paar lampionnetjes, wat drank, en spullen voor een vuurtje. Het was geen spectaculair gebaar, maar het had indruk gemaakt. Simpel. Echt.

Ze zaten tegen elkaar aan, turend naar de horizon terwijl de zon langzaam zakte. Marcel zat achter haar, zijn lichaam een warme muur tegen de avondbries. Zijn armen vouwden zich om haar heen, losjes eerst, toen steviger.

Hij zei niet veel. Dat hoefde ook niet. Hij was geen prater eerder een man van stille wateren, diepe gronden misschien. Niet opvallend knap, maar zeker niet onaantrekkelijk. Een eenvoudige man. En ergens was dat wat haar raakte: de rust. De vanzelfsprekendheid.

Wat haar precies opwarmde wist ze niet. Maar het gebeurde.

Voor het eerst in lange tijd liet ze toe dat een man begon. Zonder dat zij het voortouw nam. Hij voelde het. Hij wreef zachtjes over haar schouders, zijn vingers traag, bedachtzaam. Hij schoof haar haar opzij, boog voorover, en kuste haar in haar nek. Zonder iets te zeggen. Zonder te vragen.

Marielle had haar ogen gesloten.

Het was een paar dagen geleden, misschien drie, toen Marielle haar verhaal vertelde aan Joshua. Ze zat tegenover hem met een glas wijn in haar hand, haar ogen glinsterend terwijl ze sprak. Ze vertelde met geuren en kleuren over de date aan zee het kleedje, de lampjes, de zonsondergang, de kou van het water en de warmte van zijn lichaam achter haar rug.

Joshua luisterde. Aandachtig. Te aandachtig, misschien.

Hij knikte af en toe. Liet haar praten. Maar zei zelf nauwelijks iets. Geen vragen, geen scherpe observaties, geen kleine grappen of vergelijkingen met zijn eigen belevenissen. Dat was niets voor hem.

Marielle merkte het.  Ze stopte midden in een zin en keek hem aan. “Waar denk je aan?”

Joshua haalde even zijn schouders op. “Oh… valt het op, ja?”

“Ja, Josh,” zei ze, zacht. “Ik zie dat jij je gezicht in een plooi probeert te houden. En dat ben ik niet van je gewend.”

Hij glimlachte flauwtjes, maar zijn ogen weken uit.

“Normaal stel je nu een reeks irritante vragen of begin je over een van je eigen dates,” ging ze verder. “Maar nu ben je stil. Still, veel stiller dan anders.”

Hij zweeg. Een seconde te lang. Toen draaide hij zijn glas tussen zijn vingers. “Misschien… herken ik iets,” zei hij langzaam.

“Herkenning?”

Joshua knikte. “Van eerdere verhalen. Van jou. Van mij. Dingen die leken te kloppen, maar ergens voel je… het schuift al een beetje.”

Ze keek hem aan. Vragend, maar ook iets defensief. “En denk je dat dat nu ook zo is?” vroeg ze. Haar stem iets kouder, alsof ze zich voorbereidde op een oordeel.

Joshua hield haar blik even vast. Toen haalde hij zijn schouders op. “Ik denk niets. Ik luister.”

Hoewel Joshua aandachtig luisterde, merkte hij het meteen. Iets in haar klank, haar tempo, de manier waarop ze haar glas vasthield. Marielle vertelde over Marcel met vuur, maar er zat iets onder een aarzeling die ze zelf misschien nog niet doorhad. Het was vaag, niet onder woorden te brengen, maar voelbaar. Alsof iets in haar zich verzette, zachtjes, instinctief.

Wat er daarna precies gezegd werd, vervaagde. Misschien was het belangrijk, misschien ook niet.

En toen, bijna achteloos, zei Joshua:

“Je kent Newton’s Cradle toch wel? Je weet wel die met die metalen balletjes aan een rekje. Je slingert er eentje tegen de rest en dan blijft het midden stil, terwijl het balletje aan de andere kant die kracht opvangt en weer terug tikt.”

Marielle knikte langzaam. “Ja, die ken ik. Wat wil je ermee zeggen?”

Joshua keek haar aan. Zijn ogen bleven zacht, maar zijn stem kreeg iets stevigs.

“Als je in beweging wilt komen, of moet bewegen, dan moet je er een klap tegen geven. Dan gaat alles bewegen. Maar… geef er een klap tegen terwijl het al in beweging is, en alles valt stil.”

Hij liet de woorden even hangen.

“Je lijkt onrustig, Marielle,” zei hij. Teder. Maar met gewicht.

“Wat ga je doen?
Wil je door?
Wil je stoppen?
Wil je meer van het een?
Of meer van het ander?”

Ze keek hem aan, verward. Niet door de vraag maar door wat die bij haar losmaakte. Alsof hij haar een spiegel voorhield die ze niet wilde zien, of niet durfde geloven. Alsof hij iets had uitgesproken dat zij al dacht, maar nog geen naam had durven geven.

Marielle had haar mond leeg, eindelijk, van het royale stuk chocolade dat ze gedachteloos had weg gekauwd. Haar koffie was inmiddels lauw, bijna koud. Ze greep het kopje vast en goot het in één keer naar binnen. De bitterheid spoelde de zoete restjes weg, maar ook iets anders. Iets zachts in haarzelf.

Joshua’s woorden kwamen als een echo terug. Niet hard, niet dwingend. Gewoon aanwezig.

“Wat ga je doen? Wil je door? Wil je stoppen? Wil je meer van het een, of meer van het ander?”

Ze keek naar het lege kopje. Haar handen rustten eromheen, maar haar gedachten waren overal behalve in de kamer.

Klootzak!

Ik trap er elke keer weer in, dacht ze. Leuke dates, casual seks, en dan denk ik weer: misschien… misschien blijft het dit keer.

Maar dat gevoel dat diepe, zekere gevoel dat je zou moeten hebben dat blijvende, wat je in stilte weet zonder het steeds te hoeven toetsen… het kwam maar niet. Ze voelde het niet. Niet écht.

En nu moest hij opeens “werken”. Net nu ze eindelijk drie dagen samen zouden zijn. Non-stop. Geen afleiding, geen excuses.

Wat is hier aan de hand?

Een plotselinge helderheid sneed door haar hoofd. Ze wist niet eens waar hij werkte!

Niet écht. Ja, hij was “IT-consultant”. Ja, hij moest “weleens naar het buitenland”. Maar waar hij precies zat, voor welk bedrijf, met wie… dat was nooit concreet geworden. En zij had nooit doorgevraagd. Niet omdat ze het niet wilde weten, maar omdat hij het nooit zelf vertelde. En zij had genoegen genomen met oppervlakkigheid, omdat de belofte van iets echts sterker leek dan het ontbreken van feiten.

Wat nu? Nu voelde ze het knagen. Niet alleen de teleurstelling, maar ook de schaamte. Dat ze het weer had laten gebeuren. Dat ze wéér aan het wachten was op iemand die iets achterhield.

Een trilling op tafel.

Marielle keek op. Haar telefoon lichtte op: Marcel.

Ze opende het bericht.

“Sorry Mariel, het gaat echt niet lukken. Heb net de boeking geannuleerd. Zodra ik geland ben, Zweden dit keer, laat ik van me horen. X.”

Fuck!

Ze las het nog een keer. En nog een keer. De woorden klonken formeel. Koel. Alsof hij een collega afzegde, niet haar.

Zodra ik geland ben.

Kennelijk moest hij dus vliegen? Naar Zweden? Ze voelde haar maag samentrekken. Alles in haar lichaam, elk instinct, schreeuwde:
Leugen.

Ze sprong overeind, haastig. Haar vingers vlogen over het scherm van haar telefoon. Ergens moest het zijn dat screenshot dat hij haar laatst had gestuurd. Van de boeking. Datum, tijd, hotel, inchecktijd. Hij had het doorgestuurd als bewijs, ter bevestiging, een paar dagen geleden.

Gevonden.

Ze staarde naar de hotelnaam, noteerde de naam van het resort. Even twijfelde ze. Toen belde ze.

De telefoon ging over.

“Goedemiddag, receptie Boutique & Wellness, waarmee kan ik u van dienst zijn?”

Marielle schraapte haar keel, probeerde zo neutraal mogelijk te klinken.

“Goedemiddag. Ik had een vraagje over een boeking van een vriend van me  we zouden samen komen, maar hij zei net dat hij hem heeft geannuleerd. Kunt u me vertellen of dat klopt? Of eh, eigenlijk… ik wilde vooral weten of het nog mogelijk is om bij aankomst extra handdoeken en roomservice te regelen.”

De medewerker klonk opgewekt. “Oh, dat is geen probleem hoor. U kunt dat eenvoudig bij aankomst doorgeven of tijdens uw verblijf via de receptie regelen.”

Marielle’s hart sloeg over.

Tijdens uw verblijf.
Niet wanneer u nog komt. Niet mocht de boeking nog geldig zijn.

“Dus de boeking staat nog gewoon?” vroeg ze.

“Ik kijk even… Ja hoor, ik zie een tweepersoonskamer onder de naam M. Verhoeven. Aankomst vandaag, drie nachten.”

Marielle keek naar het kopje op tafel. Het hare was leeg. Maar dat andere stond er nog.
Leeg. Koud. Net als hij.

Marielle pakte haar tas. Sleutel, portemonnee, telefoon. Meer had ze niet nodig. Ze trok haar jas aan, sloeg de deur achter zich dicht en verdween de straat in.

Een uur later was ze terug.

Ze zei niets. Niemand was er om iets tegen te zeggen. In stilte zette ze haar boodschappen op het aanrecht, sorteerde alles systematisch en opgeruimd. Dingen in de koelkast, in de kast, op het rek. Haar handen bewogen automatisch, haar hoofd was ergens anders.

Ze zette haar laptop op tafel. Opende mappen. Foto’s, berichten, schermafbeeldingen. Kleine momentjes met Marcel. Een etentje op een terras, een selfie aan zee, zijn hand om haar schouder, een foto van zijn lege glas naast het hare. Tien of twaalf berichtjes droog, vriendelijk, flirterig, soms teder.

Ze bekeek elk beeld aandachtig. Las elk woord alsof het nu pas betekenis kreeg.
Alsof ze pas nu de onderliggende toon hoorde. De pauzes tussen de regels. De leegte achter de glimlach.

Na een tijd verscheen er een kleine glimlach op haar gezicht. Niet van blijdschap. Niet van weemoed. Maar van helderheid.

Ze stond op, liep naar de keuken en trok een la open. Pakte een kom, weegschaal, de mixer.

Ik ga een taart bakken, dacht ze.

Er gaat niets boven comfort food.

Iets echts. Iets tastbaars. Iets wat je met je handen maakt en wat je deelt als je wilt.

En deze zal ik delen met Marcel. Over drie dagen.

Ze veegde haar handen af, pakte haar telefoon en typte:

“Over drie dagen wil ik je spreken. Ik bak een taart. Dan praten we.”

Een uur later kwam zijn antwoord.

“Oke. Doen we.”

Kort.
Lauw.
Zoals altijd net genoeg om niets aan op te hangen.

Maar Marielle wist beter.
Ze zette de oven aan.

Marcel had bericht dat hij rond een uur of drie kon. Marielle antwoordde kort:

“Prima. Ik verwacht je hier.” Meer niet.

Hij was op tijd. Ze deed de deur open, haar blik strak. Geen kus. Geen knuffel.

“Kom binnen,” zei ze. Haar stem was beleefd, maar koel.
Binnen rook het licht naar citroen en iets warms. Alles stond al klaar: koffie, thee, de taart versierd, aangesneden. Alsof ze al flink wat gehad had.

De spanning in de kamer was tastbaar. Marcel voelde het. Hij wist niet precies waarom, maar iets zat niet goed.

Ze wees naar de zithoek. Zelf ging ze in haar stoel zitten, rechtop, benen over elkaar, mok in de hand. Hij had geen andere keuze dan plaats te nemen op de bank, schuin tegenover haar.

“Schenk zelf maar in waar je trek in hebt,” zei ze. “Koffie of thee. Wil je een stuk van mijn taart? Hij is erg lekker. Ik heb er echt mijn best op gedaan.”

Marcel knikte. “Koffie graag.”

Zij schonk zichzelf een kop kruidenthee in.

“Kruidenthee,” zei ze zacht, “daar blijf ik rustig van.”

Hij lachte voorzichtig. “De taart ziet er voortreffelijk uit.”

Het klonk te gretig. Te overdreven. Alsof hij applaus wilde geven.

Ze sneed een groot stuk af en legde het op een bordje. Overhandigde het traag.

“Geniet,” zei ze.

Er zat iets in haar toon. Je kon niet zeggen wat het was, maar het gleed onder je huid.

Hij nam een hap. En nog een. De taart was inderdaad fantastisch. Rijk, zacht, precies goed zoet. Binnen een paar minuten was zijn bord leeg.

“Wauw. Ik wist niet dat jij zo lekker kon bakken,” zei hij. “Echt goed.”

Ze keek toe. Stil. De mok half voor haar gezicht, een halve glimlach verstopt achter de rand. Een glimlach die geen vrolijkheid kende.

“Waar wilde je het over hebben?” vroeg hij toen. Zijn stem klonk voorzichtig.

Ze zette haar mok neer.

“Nou,” zei ze, traag, “ik heb gebeld met het hotel.”

Hij keek op. Even flitste er iets over zijn gezicht. Verwarring? Angst?

“En die vertelde inderdaad dat de boeking was geannuleerd,” vervolgde ze kalm.

Ze zei het expres zo. Als een fuik. Ze wilde zijn reactie vangen, volgen, breken.

Hij slikte. “Ja… eh… ik moet je iets bekennen.”

Ze knikte langzaam. “Oh? Wat dan?” Haar toon had een lichte, bijna vrolijke lading. Maar haar ogen lachten niet.

Er volgde een stilte. Lang.

Wel drie minuten. En stiltes van drie minuten zijn een eeuwigheid voor wie iets te verbergen heeft.

Marcel zat roerloos op de bank. Zijn koffie was op, zijn bordje leeg, maar zijn hoofd draaide overuren. Hij wist niet wat er ging komen. Wat Marielle wist, wat ze vermoedde. Hoe ze zou reageren. Of ze iets van plan was.

Maar Marielle bewoog niet.
Er lag een deken van rust over haar heen kalm, bijna ondoordringbaar. Een soort schild dat niets toeliet en niets vrijgaf. Haar gezicht was gesloten. Geen woede. Geen traan. Geen woord.

Marcel trok het niet meer. Net toen hij iets wilde zeggen een woord, een excuus, wat dan ook voelde hij zijn lichaam blokkeren. Iets in hem verstijfde. Zijn spieren gehoorzaamden niet. Koud zweet brak uit. Zijn adem stokte, zijn borst voelde alsof er een gewicht op lag.

Marielle stond op.

Ze pakte haar kop thee, bijna leeg en zette die op het aanrecht. Ze liep naar de slaapkamer.

Even later kwam ze terug. In haar hand een grote rol plastic. En een zaag.

Ze legde beide naast hem neer. Op de bank. Kalm. Zonder iets te zeggen.

Toen ging ze recht voor hem staan.
Kijkend.
Vriendelijk.

“Ik kan niet goed tegen liegen, Marcel,” zei ze.
Met een grijns. Niet boos. Niet bitter. Gewoon… vastberaden.

Ze draaide zich om. Bukte om iets van de grond te rapen hij kon alleen maar kijken naar haar mooie achterkant, en zijn eigen verstijving voelde plots wrang.

Ze ruimde de tafel af. Nam de taart mee, schoof de rest met een houten spatel in de vuilnisbak. Ritmisch, netjes.

De vuilniszak ging dicht.
Ze liep ermee naar buiten. Naar de container. De voordeur viel zacht dicht.

Marcel bleef zitten.
Bewegingsloos.
Zijn blik vaag. Zijn handen slap. Zijn gezicht wit als kalk.

Toen ze terugkwam, deed ze haar schoenen uit bij de deur. Ging naar de keuken. Spoelde de borden af, zette de kopjes in de vaatwasser. Draaide met haar hand de knop.

Ze droogde haar handen aan een doek. Ging weer in haar stoel zitten. Recht tegenover hem.

Tijd verstreek.

Na een minuut of tien misschien meer zei ze:

“Ik hou van opruimen.
Een opgeruimd huis… een opgeruimd hoofd.”

Het was Joshua die later die dag haar portiek binnenstapte. Hij dacht niet na. Hij was gewoon op weg naar haar zoals wel vaker. Alleen dit keer hoorde hij iets.

Een dof, slepend geluid. Geen boor. Geen muziek. Iets anders.
Een soort zagen.

De geur bereikte hem halverwege de trap. IJzerachtig.
Een vleug van iets dat ooit warm was geweest.

Boven brandde licht.
De deur van het appartement stond op een kier.

Toen hij de woonkamer binnenliep, zag hij haar.
Hurkend. Kalm.
Plastic onder zich. Een zaag naast haar.
En een lichaam dat ooit Marcel was.

Ze keek op.

“Ik ben het zo zat,” zei ze zacht.
“Kun je me alsjeblieft helpen met opruimen?”

Het duurde een moment voor hij knikte.

“Tuurlijk,” antwoordde hij.

Hij ging naast haar zitten. Zijn gedachten op een afstand, alsof dit iets was wat hij al eens eerder had bedacht of doorgerekend.

“Marielle…” begon hij uiteindelijk.
“Hoe lang ben je hier al mee bezig?”

Ze legde de zaag neer.
Veegde haar handen af aan een doek die al te veel had gezien.

“Een tijdje,” zei ze.

Buiten klonk een hond.
Een autodeur sloeg dicht.
En in de verte sirenes.
Langzaam aanzwellend. Dreigend. Slepend.
Als een golf op het punt van breken.

Joshua keek op.

Marielle niet.

“Dat is snel,” fluisterde hij.

Ze haalde haar schouders op.

“Nee…” zei ze, zonder te knipperen.
“Die sirenes zijn niet voor ons.


Geplaatst

in

door

Tags: