Wat hij liet

Hij sprak het uit, zijn stem bleef stil en vlak,
Geen woede, geen verwijt, slechts “het is tijd.”
En ik, ik zat daar voelde hoe het brak,
Hoe wat vertrouwd was, losliet in de tijd.

Mijn ogen zochten hem, maar hij keek weg,
Geen trilling in zijn stem, geen schaduw van spijt.
Ik hoorde nog mijn adem in de heg,
Terwijl zijn woorden trokken als geheid.

Hij hield het bij zich, wat hij voelde ging
Voorbij aan wat ik dragen moest die dag.
Geen hand, geen omzien enkel dat hij ging,
En ik met lege handen achter lag.

Hij liet me stil. Ik rouwde wat hij sloeg.
En pas te laat begreep ik: hij vroeg laat me los.


Geplaatst

in

door

Tags: